Onder bepaalde weersomstandigheden (zoals een lage temperatuur of vocht) kan er een laagje condens aan de binnenzijde van de koplampen en de achterlichten ontstaan; dit verdwijnt als de lampen enkele minuten branden.
Kijk nooit van dichtbij in de lichtbundel van ledlampen. U kunt daarbij ernstig oogletsel oplopen!
De koplampunits zijn voorzien van glas van polycarbonaat met een speciale vernislaag:
- Gebruik voor het schoonmaken van de koplampen nooit een droge doek of een schuur-, schoonmaak- of oplosmiddel.
- Gebruik een spons met zeepwater of een pH-neutraal product.
- Wanneer u met een hogedrukreiniger hardnekkig vuil probeert te verwijderen, houd de straal dan nooit langdurig op de koplampen, de achterlichten en de randen ervan gericht, om beschadiging van de vernislaag en de afdichtrubbers te voorkomen.
Bij het vervangen van lampen moet het contact en de koplampen/lampen minstens enkele minuten zijn uitgeschakeld - risico op ernstige brandwonden! Raak de lamp niet met de vingers aan, maar gebruik een niet-pluizende doek.
Het is van belang dat u uitsluitend lampen van het type anti-ultraviolet (UV) gebruikt om beschadiging van de koplamp te voorkomen.
Vervang een kapotte lamp altijd door een nieuwe lamp met dezelfde specificaties.
Vervang de lampen per paar om onbalans in de verlichting te voorkomen.
Terugplaatsen van de lampunits
Voer de handelingen voor het terugplaatsen in de omgekeerde volgorde van het verwijderen uit.
Afhankelijk van de uitvoering zijn de betreffende typen (kop)lampen:
- Koplampen met ledtechnologie.
- Mistlampen vóór.
- Dagrijverlichting / parkeerlichten.
- Zijrichtingaanwijzers.
- Verlichting zijkant. - Remlichten.
- Derde remlicht.
- Parkeerlichten achter.
- Richtingaanwijzers achter - Kentekenplaatverlichting.
Als u dit type gloeilamp moet vervangen, neem dan contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
Raak gloeilampen met ledtechnologie niet aan - gevaar van elektrocutie!
Verlichting vóór
Uitvoering met ledkoplampen
Uitvoering met halogeenkoplampen
De motorkap openen/toegang tot de lampen
Wees voorzichtig wanneer de motor heet is - kans op brandwonden! Wees voorzichtig met voorwerpen of kleding die in de bladen van de koelventilator kunnen komen - kans op verstikking!
Halogeenlampen (Hx)
Controleer om verzekerd te zijn van een goede verlichtingskwaliteit of de lamp op de juiste wijze in de behuizing is geplaatst.
Groot licht / dimlicht
► Trek aan de lip om de beschermkap te verwijderen.
► Trek de stekker van de gloeilamp los.
► Verwijder de gloeilamp en vervang deze.
Voer deze handelingen in de omgekeerde volgorde uit om de gloeilamp terug te plaatsen en richt de pasnok van de gloeilamp daarbij omlaag.
Richtingaanwijzers
Wanneer het controlelampje voor een richtingaanwijzer (links of rechts) snel knippert, betekent dit dat één of meerdere gloeilampen aan die zijde defect zijn.
► Draai de stekker een kwart slag linksom.
► Trek de stekker van de gloeilamp los.
► Verwijder de gloeilamp en vervang deze.
De oranje gloeilampen moeten worden vervangen door gloeilampen met dezelfde kleur en eigenschappen.
Mistlampen (P21W)
Steek uw hand onder de bumper (voor toegang).
► Druk op de borgklem en maak de stekker los.
► Draai de gloeilamphouder los door deze een kwartslag linksom te draaien.
► Verwijder de lamphouder.
► Verwijder de gloeilamp en vervang deze.
C4
C4 X
Gloeilampen vervangen 8
C4
De gloeilampen kunnen vanuit de bagageruimte worden vervangen.
► Open de bagageruimte.
► Verwijder het klepje in de afdekking aan de betreffende zijkant:
► Haal de stekker van de lampeenheid los.
► Draai de moer los met een pijpsleutel van 10 mm, schroef deze eruit en verwijder hem. Laat hem niet vallen.
► Maak de lampeenheid los en verwijder deze voorzichtig door deze in een rechte beweging naar buiten te trekken.
► Haal de lamphouder los en verwijder deze. Let erop dat u de bedrading niet loskoppelt.
► Voor het remlicht: draai de lamp een kwartslag en vervang de lamp.
► Voor de achteruitrijlichten en de richtingaanwijzers: trek de lamp eruit en vervang de lamp.
Druk de lampeenheid recht uitgelijnd met de lengteas van de auto goed in de geleiders.
Draai de moer goed vast zodat de houder goed afdicht. Draai de moer echter niet al te vast, om te voorkomen dat de lampeenheid beschadigd raakt.
Mistachterlicht (P21W)
C4
Steek uw hand aan de linkerzijde onder de bumper.
► Draai de lamphouder een kwartslag naar links en trek deze naar u toe.
► Draai de lamp een kwartslag naar links en trek deze naar u toe.
► Vervang de gloeilamp.
Achteruitrijlicht / mistlamp
C4 X
Deze gloeilampen kunnen vanaf de buitenkant van de achterbumper worden vervangen.
► Steek uw hand onder de bumper.
► Afhankelijk van de uitvoering verwijdert u de kap door deze een kwartslag naar links te draaien.
► Draai de lamphouder een kwartslag naar rechts en trek deze naar u toe.
► Draai de lamp een kwartslag naar links en trek deze naar u toe.
► Vervang de gloeilamp.
Raak de uitlaat niet aan als u de gloeilamp kort na het uitschakelen van het contact vervangt - kans op brandwonden!
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.