De airconditioning werkt alleen als de motor draait.
Regeling van de temperatuur
► Draai de knop 1 van blauw (koud) naar rood (heet).
Regeling van de luchtopbrengst
► Draai aan de draaiknop 2 om de gewenste luchtopbrengst te verkrijgen.
Wanneer de knop van de luchtopbrengstregeling in de stand minimaal staat (systeem uitgeschakeld), wordt het thermische comfort niet meer geregeld.
Door de rijwind stroomt er nog wel wat lucht in de auto.
Regeling luchtverdeling
Voorruit en zijruiten
Middelste ventilatieroosters en
zijventilatieroosters
Voetenruimte
► Druk op een van de toetsen (3) om de verdeling van de luchtstroom in het interieur aan te passen.
Wanneer het lampje in de toets brandt, wordt er lucht in de aangegeven richting geblazen. U kunt de volgende toetsen tegelijk indrukken:
- Middelste ventilatieroosters en zijventilatieroosters + voetenruimte.
- Voorruit en zijruiten + voetenruimten.
Airconditioning aan / uit
De airconditioning werkt in elk jaargetijde efficiënt, maar alleen als de ruiten zijn gesloten.
Met dit systeem kunt u het volgende:
- In de zomer de temperatuur in de auto verlagen.
- In de winter beslagen ruiten bij temperaturen hoger dan 3 ºC sneller ontwasemen.
► Druk op de draaiknop (1) om de airconditioning in of uit te schakelen.
Wanneer het systeem is ingeschakeld, gaat het controlelampje branden.
De airconditioning werkt niet als de aanjager is uitgeschakeld.
U kunt de luchtrecirculatie korte tijd inschakelen om de lucht sneller af te koelen. Schakel daarna de toevoer van buitenlucht weer in.
Het uitschakelen van de airconditioning kan negatieve effecten hebben (vocht, beslaan van de ruiten).
Systeem uitschakelen
► Druk op draaiknop 2; alle controlelampjes van het systeem gaan uit.
Alle functies van het airconditioningssysteem zijn nu uitgeschakeld.
De temperatuur wordt niet meer geregeld. Door de rijwind stroomt er nog wel wat lucht in de auto.
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.