Raadpleeg de Algemene adviezen voor elektrische voertuigen voor meer informatie.
Het elektrische aandrijfsysteem werkt met een spanning van ongeveer 400 V en is te herkennen aan de oranje kabels. De componenten ervan zijn gemarkeerd met het volgende symbool:
De aandrijflijn van een elektrische auto kan tijdens het gebruik en na het afzetten van het contact heel warm worden.
Neem de waarschuwingsmeldingen op de labels, vooral op de klep in de laadaansluiting, in acht.
Dit label mag alleen door de brandweer en onderhoudsdiensten worden gebruikt bij werkzaamheden aan de auto.
Andere personen mogen het apparaat op dit label niet aanraken.
Bij een aanrijding of beschadiging aan de onderzijde van de auto
In deze gevallen kan het elektrische circuit of de tractiebatterij ernstig beschadigd raken.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
Bij het wassen van de auto
Controleer voordat u de auto gaat wassen altijd of de laadklep goed is gesloten.
Was de auto niet tijdens het opladen van de tractiebatterij.
Wassen met hogedrukspuit
Het is nadrukkelijk verboden om met een hogedrukreiniger de motorruimte of de onderzijde van de carrosserie te reinigen, omdat er anders schade aan elektrische componenten kan ontstaan.
Gebruik een druk van maximaal 80 bar wanneer u de carrosserie wast.
Zorg dat er geen water of stof in de laadaansluiting of laadstekker komt - kans op elektrocutie of brand! U mag de laadstekker of -kabel nooit met natte handen aansluiten of loskoppelen - kans op elektrocutie!
Tractiebatterij
In deze batterij wordt energie voor de elektromotor, en de verwarming en airconditioning opgeslagen.
Tijdens het gebruik loopt de tractiebatterij leeg en daarom moet hij regelmatig worden opgeladen.
U hoeft niet met opladen te wachten tot de tractiebatterij bijna leeg is.
De actieradius van de tractiebatterij kan variëren, afhankelijk van de rijstijl, de route, het gebruik van de verwarmings- en airconditioningssystemen en de veroudering van de componenten van de tractiebatterij.
De levensduur van de tractiebatterij is afhankelijk van meerdere factoren, zoals klimaatomstandigheden, afgelegde afstand en hoe vaak de snellaadfunctie wordt gebruikt.
CITROËN raadt het volgende aan om de actieradius van uw auto en de duurzaamheid van de tractiebatterij te handhaven:
- Laad de tractiebatterij van uw elektrische auto niet elke dag volledig op (laad de tractiebatterij zo vaak mogelijk tot maximaal 80% op).
- Laat de batterij nooit helemaal leeglopen.
- Zet de auto niet weg als de auto langere tijd niet zal worden gebruikt (langer dan 12 uur) terwijl het laadniveau van de tractiebatterij laag of hoog is. Een goed laadniveau ligt tussen 20 en 40%.
- Laad de auto niet te vaak door snelladen op.
- Zorg dat de auto niet langer dan 24 uur wordt blootgesteld aan temperaturen lager dan -30 ºC en hoger dan +60 ºC.
- Laad de auto niet op bij temperaturen onder nul (behalve als de auto langer dan 20 minuten heeft gereden) of hoger dan +30 ºC.
- Gebruik de tractiebatterij van de auto niet om energie te genereren.
- Gebruik geen generator om de tractiebatterij van de auto op te laden.
Bij een schok (zelfs een lichte schok) tegen de klep van de laadaansluiting mag deze niet meer worden gebruikt.
U mag de laadaansluiting niet demonteren of aanpassen; elektrocutie- en/of brandgevaar! Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
Laadkabels, aansluitingen en laders
De laadkabel die bij de auto wordt geleverd (afhankelijk van de uitvoering), is geschikt voor het elektrische systeem van het land waar de auto is verkocht. Reist u naar het buitenland, controleer dan of de laadkabel geschikt is voor het elektrische systeem in het betreffende land.
Uw dealer beschikt over een uitgebreid aanbod aan kabels.
Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats voor meer informatie en voor het aanschaffen van geschikte laadkabels.
Identificatielabels op laadstekkers / -aansluitingen
Er zijn identificatielabels op de auto, laadkabel en lader aangebracht, om de gebruiker te informeren over welk apparaat moet worden gebruikt.
De identificatielabels geven het volgende aan:
Normaal laden, Mode 2
Specifieke kabel voor opladen via een normaal stopcontact (Mode 2)
Zorg dat de kabel niet beschadigd raakt.
Een beschadigde kabel mag u niet meer gebruiken. Neem in dat geval contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats om de kabel te laten vervangen.
Regeleenheid (mode 2)
POWER
Groen: elektrische verbinding tot stand gebracht; het laden kan beginnen.
CHARGE
Knippert groen: bezig met laden of voorverwarming geactiveerd.
Brandt permanent groen: laden voltooid.
FAULT
Rood: storing; laden niet toegestaan of moet onmiddellijk worden gestopt. Controleer of alle aansluitingen in orde zijn en of de elektrische installatie niet defect is.
Als het controlelampje niet uit gaat, neem dan contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
Als u de laadkabel in een normaal stopcontact steekt, gaan alle controlelampjes kort branden.
Als er geen controlelampjes gaan branden, controleer dan de zekering van het normale stopcontact:
- Als de zekering is gesprongen, neem dan contact op met een elektricien om te controleren of uw elektrische systeem geschikt is en om eventuele reparaties uit te voeren.
- Als de zekering niet is gesprongen, gebruik de laadkabel dan niet meer en neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
Label regeleenheid - Aanbevelingen
Lees voor gebruik het
instructieboekje.
1. Bij verkeerd gebruik van deze laadkabel kunnen er brand, schade aan eigendommen en ernstig of dodelijk letsel door elektrocutie ontstaan!
2. Gebruik altijd een goed geaard stopcontact, beschermd door een aardlekschakelaar van 30 mA.
3. Gebruik altijd een stopcontact met zekering, geschikt voor de stroomsterkte van het elektrische circuit.
4. Het gewicht van de regeleenheid mag niet door het stopcontact, de stekker en de kabels worden gedragen.
5. Gebruik deze laadkabel nooit als hij defect of beschadigd is.
6. Probeer deze laadkabel nooit te repareren of te openen. Deze kabel heeft geen onderdelen die kunnen worden gerepareerd - vervang de laadkabel als deze beschadigd is.
7. Dompel deze laadkabel nooit onder in water.
8. Gebruik deze laadkabel nooit met een verlengsnoer, een multistekker, een omvormeradapter of een beschadigd stopcontact.
9. Stop het laden niet door de stekker uit het stopcontact te trekken.
10. Als de laadkabel of het stopcontact zeer heet aanvoelen, moet u onmiddellijk stoppen met laden door de auto met de afstandsbediening te vergrendelen en daarna te ontgrendelen.
11. Deze laadkabel bevat onderdelen die elektrische bogen of vonken kunnen veroorzaken. Stel deze kabel niet bloot aan ontvlambare dampen.
12. Gebruik deze laadkabel alleen bij auto's van het merk CITROËN.
13. U mag de stekker nooit met natte handen in het stopcontact steken of eruit halen.
14. Forceer de stekker niet als deze op de aansluiting van de auto is vergrendeld.
Label regeleenheid - Status van controlelampjes
Procedure voor handmatige reset
De regeleenheid kan worden gereset door de laadstekker en de stekker in het stopcontact tegelijkertijd los te koppelen.
Sluit daarna eerst het stopcontact weer aan. Zie de handleiding voor meer informatie.
Versneld opladen, Mode 3
Snellader
Demonteer of wijzig de lader niet; elektrocutie- en/of brandgevaar! Zie de gebruikershandleiding van de fabrikant van de lader voor de bedieningsinstructies.
Snelladen, Mode 4
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.