Starten
De keuzehendel moet in stand P staan.
► Wanneer u een sleutel met afstandsbediening gebruikt, trap dan het rempedaal in en draai de sleutel naar stand 3 (Starten).
► Wanneer u Sleutelloos instap- en startsysteem gebruikt, trap dan het rempedaal in en druk kort op de knop "START/STOP".
► Houd het rempedaal ingetrapt totdat het controlelampje READY gaat branden en u een geluidssignaal hoort, om aan te geven dat u met de auto kunt gaan rijden.
► Houd het rempedaal ingetrapt en selecteer stand D of R.
► Laat het rempedaal los en geef gas.
Bij het starten gaan de lampjes van het instrumentenpaneel branden en gaat de cursor van de vermogensmeter naar de neutraalstand.
De stuurkolom wordt automatisch ontgrendeld (u kunt een geluid horen en voelen dat het stuurwiel beweegt).
Uitschakelen
► Wanneer u een sleutel met afstandsbediening gebruikt, draai dan de sleutel helemaal in stand 1 (Stop).
► Als u Sleutelloos instap- en startsysteem gebruikt, druk dan op de toets "START/STOP".
Controleer voordat u uit de auto stapt of:
- De transmissie in stand P staat.
- Het controlelampje READY niet brandt.
De transmissie wordt automatisch in stand P gezet wanneer de motor wordt afgezet of wanneer het bestuurdersportier wordt geopend.
Als het bestuurdersportier wordt geopend terwijl er niet aan de vereiste voorwaarden voor het afzetten is voldaan, hoort u een geluidssignaal en wordt er een waarschuwingsmelding weergegeven.
Om het contact aan zetten zonder de motor te starten en voor de noodprocedure voor starten/afzetten met behulp van het Sleutelloos instap- en startsysteem-systeem raadpleegt u de rubriek Starten/afzetten van de motor met Sleutelloos instap- en startsysteem.
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.