Inhoud brandstoftank: ongeveer 50 liter.
Reservevolume: ongeveer 6 liter.
Laag brandstofniveau
Als de brandstoftank bijna leeg
is, gaat dit
waarschuwingslampje op het
instrumentenpaneel branden, in combinatie met
een melding en een geluidssignaal. Als het lampje
gaat branden, bevat de tank nog ongeveer 6 liter
brandstof.
Zolang er niet voldoende brandstof is bijgetankt, wordt dit waarschuwingslampje telkens weergegeven wanneer het contact wordt ingeschakeld, samen met een melding en een geluidssignaal. Onder het rijden worden deze melding en het geluidssignaal steeds vaker herhaald terwijl het brandstofniveau naar 0 gaat.
Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u met een lege tank strandt.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over een lege brandstoftank (Diesel).
Een pijltje bij het waarschuwingslampje geeft aan aan welke zijde de brandstofvulklep zich bevindt.
Stand Stop & Start / e-Auto
Tank nooit als de motor in de STOP-stand of stand-by staat. Zet in dat geval altijd het contact af.
Tanken
Voor een juiste weergave van de brandstofniveaumeter is het raadzaam minimaal 5 liter brandstof te tanken.
Bij het openen van de brandstofvuldop kan er een aanzuiggeluid van lucht hoorbaar zijn.
Dit is normaal en wordt veroorzaakt door de onderdruk die ontstaat door de afdichting van het brandstofcircuit.
Veilig tanken:
► Zet altijd de motor uit.
► Druk, als de auto is ontgrendeld, op het midden van het achterste deel van de brandstofvulklep om deze te openen.
► Kies bij het tankstation de juiste brandstof (deze staat vermeld op de sticker aan de binnenzijde van de brandstofvulklep van uw auto).
► Draai de vuldop linksom, verwijder deze en plaats deze in de houder (op de vulklep).
► Steek het vulpistool tot de aanslag in de vulopening voordat u het vulpistool inknijpt (om morsen te voorkomen).
Vul niet meer bij nadat het vulpistool drie keer is afgeslagen, anders kunnen er storingen optreden.
► Plaats de vuldop terug en draai deze rechtsom.
► Sluit de brandstofvulklep.
Als u per ongeluk verkeerde brandstof voor de auto tankt, moet de tank eerst worden afgetapt en weer gevuld voordat de motor kan worden gestart.
Uw auto is voorzien van een katalysator die de hoeveelheid schadelijke stoffen in de uitlaatgassen vermindert.
Bij benzinemotoren mag uitsluitend loodvrije benzine worden gebruikt.
Door de smallere vulpijp kan er alleen loodvrije benzine worden getankt.
Tankbeveiliging (diesel)
(Afhankelijk van het land van verkoop.)
Dit mechanisme is aangebracht in auto's met een dieselmotor, waardoor het onmogelijk is om benzine te tanken.
Deze voorziening, die in de tankopening is ingebouwd, is zichtbaar zodra u de vuldop verwijdert.
Werking
Wanneer u bij een dieseluitvoering een benzinetankpistool in de tankopening plaatst, wordt dit tegengehouden door een klep. Daardoor blijft het pistool vergrendeld en kan er dus niet getankt worden.
Probeer in dat geval niet alsnog te tanken, maar kies een dieseltankpistool.
De tankbeveiligingsvoorziening voorkomt niet dat er met een jerrycan wordt bijgevuld, ongeacht het type brandstof.
Reizen naar het buitenland
De tankpistolen voor het tanken van diesel kunnen per land verschillen, waardoor kan een tankbeveiliging op de auto ervoor kan zorgen dat tanken niet mogelijk is.
Wanneer u naar het buitenland reist, raden wij u aan om bij een CITROËN-dealer na te vragen of de auto geschikt is voor de apparatuur in de landen die u bezoekt.
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.