Een Bluetooth-telefoon koppelen
De beschikbaarheid van de diensten is afhankelijk van het netwerk, de simkaart en de compatibiliteit van de gebruikte Bluetooth-apparaten. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de telefoon om te kijken welke diensten beschikbaar zijn.
De functie Bluetooth moet zijn ingeschakeld en de telefoon moet zijn ingesteld op "zichtbaar voor alle apparaten" (in de telefooninstellingen).
Voltooien van het koppelen, ongeacht of dit vanaf de telefoon of het systeem wordt gedaan: controleer of de door de telefoon en het systeem weergegeven code identiek zijn.
Wanneer het koppelen niet lukt, raden wij u aan om op de telefoon de functie Bluetooth uit te schakelen en weer in te schakelen.
Procedure via de telefoon
Selecteer de naam van het
systeem in de
lijst met gedetecteerde apparaten.
Accepteer, in het systeem, het verzoek om verbinding met de telefoon te maken.
Procedure via het systeem
Druk op Telefoon om het
beginscherm
weer te geven.
Druk op "Verbonden apparaten".
Er wordt een lijst met de gedetecteerde telefoons weergegeven.
Druk op deze toets om naar
nieuwe
apparaten te zoeken.
Selecteer de naam van de
telefoon in de
lijst.
Koppel de telefoon met behulp van de weergegeven code.
Verbinding delen
Het systeem stelt 3 verbindingsprofielen voor de telefoon voor:
- "Telefoon" (handsfree-set, uitsluitend telefoon),
- "Streaming" (streaming: draadloos audiobestanden via de telefoon afspelen),
- "Gegevens mobiel internet".
Selecteer één of meer profielen.
Druk op "OK" om te bevestigen.
Afhankelijk van het type telefoon, wordt u gevraagd om de overdracht van uw contacten en berichten goed te keuren.
De mogelijkheid van het systeem om maar één profiel te koppelen hangt af van de telefoon.
Als dit niet mogelijk is, worden standaard alle drie de verbindingsprofielen geselecteerd.
Profielen die compatibel zijn met het systeem: HFP, OPP, PBAP, A2DP, AVRCP, MAP en PAN.
Ga naar de website van het merk voor meer informatie (compatibiliteit, aanvullende instructies, enz.).
Automatisch opnieuw verbinding maken
Wanneer u met de telefoon waarmee het laatst verbinding is gemaakt, terugkomt in uw auto wordt deze automatisch herkend en wordt er binnen ongeveer 30 seconden na het inschakelen van het contact automatisch verbinding gemaakt met de telefoon (indien Bluetooth is ingeschakeld).
Het verbindingsprofiel wijzigen:
Druk op Telefoon om het
beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "TEL" om het vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Bluetooth-verbinding"
om een
lijst met gekoppelde apparatuur weer te
geven.
Druk op de toets "Details" van
een
gekoppeld apparaat.
Selecteer één of meer profielen.
Druk op "OK" om te bevestigen.
Telefoonverbindingen beheren
Met deze functie kunt u een apparaat aansluiten of ontkoppelen, of een koppeling verwijderen.
Druk op Telefoon om het
beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "TEL" om het vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Bluetooth-verbinding"
om een
lijst met gekoppelde apparatuur weer te
geven.
Druk op de naam van de telefoon
die in de
lijst is geselecteerd om de koppeling
ongedaan te maken.
Druk er nogmaals op om de telefoon weer te koppelen.
Verwijderen van een telefoon
Druk op het prullenbaksymbool
rechts
boven op het scherm om een prullenbak
naast de geselecteerde telefoon weer te geven.
Druk op het prullenbaksymbool
naast de
naam van de telefoon te verwijderen.
Een gesprek aannemen
Als u gebeld wordt, klinkt een beltoon en verschijnt een pop-upvenster op het scherm.
Druk kort op de toets TEL op het
stuur om
het gesprek aan te nemen.
En
houd de toets
TEL op het stuurwiel langer
ingedrukt om
het gesprek te weigeren.
Of
Druk op "Ophangen".
Bellen
Gebruik de telefoon bij voorkeur niet onder het rijden.
Parkeer de auto.
Gebruik de toetsen op het stuurwiel om te bellen.
Een nieuw nummer bellen
Druk op Telefoon om het
beginscherm
weer te geven.
Voer het nummer in via het
digitale
toetsenbord.
Druk op "Bellen" om het nummer
te bellen.
Een contact bellen
Druk op Telefoon om het
beginscherm
weer te geven.
Of, houd
de TEL-toets op het stuurwiel
ingedrukt.
Druk op "Contacten".
Selecteer het gewenste contact in de getoonde lijst.
Druk op "Bellen".
Een recent gebruikt nummer bellen
Druk op Telefoon om het
beginscherm
weer te geven.
Of
Houd
de toets op het stuurwiel
ingedrukt.
Druk op "Gesprekkenlijst".
Selecteer het gewenste contact in de getoonde lijst.
U kunt altijd rechtstreeks met uw telefoon bellen. Zet in dat geval de auto uit veiligheidsoverwegingen stil.
De beltoon instellen
Druk op Telefoon om het
beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het vervolgscherm weer te geven.
Druk op "Volume beltoon:" om de
volumebalk weer te geven.
Druk op de pijlen of verplaats
de schuifbalk
om het volume van de beltoon in te stellen.
CarPlay of Android Auto gebruiken
Gebruikers kunnen een smartphone synchroniseren zodat ze apps op het scherm van de auto zien die de CarPlay- of Android Auto-technologie van de smartphone ondersteunen. Om CarPlay- technologie te kunnen gebruiken, moet de functie CarPlay eerst op de smartphone worden geactiveerd.
De smartphone kan via een USB-kabel of via een draadloze verbinding worden verbonden.
Ontgrendel de smartphone om het communicatieproces tussen de smartphone en het systeem te starten.
De technologie staat niet stil en daarom raden wij aan om het besturingssysteem van de smartphone, en de datum en de tijd op de smartphone en van het systeem up-to-date te houden.
Ga naar de website voor uw land van de fabrikant om te zien welke smartphones compatibel zijn.
USB-aansluitingen
Deze hangen af van de uitrusting. Zie het gedeelte "Ergonomie en comfort" voor meer informatie over de USB-aansluitingen die compatibel zijn met de apps CarPlay of Android Auto.
Draadloze verbinding
Vóór draadloos gebruik van CarPlay of Android Auto moet u ervoor zorgen dat u aan de wettelijke beperkingen van wifi op uw geografische locatie voldoet, wat met een melding op het touchscreen wordt aangegeven.
Als de frequentie van het wifinetwerk van 5 GHz op uw locatie niet is toegestaan, selecteer dan 2,4 GHz wanneer u voor de eerste keer verbinding maakt.
Controleer de wifibeperkingen opnieuw wanneer u op een andere locatie bent en stel de wififrequentie goed in.
De voorschriften voor de frequentie van 5 GHz kunnen per land verschillen. Raadpleeg de in uw land geldende regels.
Bij gebruik van CarPlay met de frequentie van 5 GHz ingeschakeld kan er storing van andere apparaten zijn, zoals tolpoortjes of parkeermeters, waardoor de verbinding kan worden onderbroken. U kunt dit voorkomen door de functie 5 GHz uit te schakelen.
Soms kunt u geen draadloze verbinding met uw smartphone maken door:
- Storing met andere wifinetwerken.
- Storing met bepaalde apparaten (zoals tolpoortjes of parkeermeters) bij het gebruik van Android Auto.
- Verkeerde instellingen op de smartphone.
In deze gevallen raden wij u aan om de smartphone met de originele kabel aan te sluiten.
CarPlay-verbinding voor smartphones
De beschikbaarheid van de app kan per land verschillen.
USB-verbinding
Wanneer de USB-kabel wordt aangesloten, schakelt de functie CarPlay de Bluetooth-modus van het systeem uit.
De functie "CarPlay" werkt alleen in combinatie met een compatibele smartphone en compatibele apps.
Sluit de USB-kabel aan.
De smartphone wordt opgeladen als deze via een USB-kabel is aangesloten.
Druk op het scherm van het
systeem op
"Telefoon" om het beginscherm weer te
geven.
Druk op "CarPlay" om de
CarPlay-interface
weer te geven.
De CarPlay-interface kan automatisch worden weergegeven.
Wanneer de USB-kabel wordt ontkoppeld en het contact uit en weer in wordt geschakeld, schakelt het systeem niet automatisch naar de RAD MEDIA-modus. De bron moet handmatig worden gewijzigd.
De CarPlay-navigatie is op elk
moment
toegankelijk door op de Navigation-toets
van het systeem te drukken.
Draadloze verbinding
Schakel eerst de Bluetooth-functie van de smartphone in.
Druk op het scherm van het
systeem op
"Telefoon" om het beginscherm weer te
geven.
Als het apparaat al via Bluetooth met het systeem verbonden is, selecteert u de apparaatinstellingen in de lijst van bekende apparaten en kiest u CarPlay als de modus voor draadloze verbinding.
Als het apparaat niet eerder met het systeem verbonden is geweest, moet het worden gekoppeld (zie hiervoor het betreffende hoofdstuk).
Het systeem detecteert of de smartphone compatibel is met CarPlay en stelt voor om deze te verbinden na het koppelingsproces.
Als u wilt dat de smartphone een volgende keer automatisch verbinding maakt, moet Bluetooth op uw apparaat zijn ingeschakeld.
Zodra de verbinding tot stand is
gekomen,
druk op "CarPlay" om de CarPlay-interface
weer te geven.
Houd deze toets op of bij het
stuurwiel
ingedrukt en zeg "Siri" om de gesproken
commando's van de smartphone in te schakelen.
Android Auto-verbinding voor smartphones
De beschikbaarheid van de app kan per land verschillen.
Download de app Android Auto op
de
smartphone
De functie "Android Auto" werkt alleen in combinatie met een compatibele smartphone en compatibele apps.
Wanneer u Android Auto voor het eerst met het systeem verbindt, moet u de USB-kabel gebruiken.
USB-verbinding
Sluit een USB-kabel aan.
De smartphone wordt opgeladen als deze via een USB-kabel is verbonden.
Druk op het scherm van het
systeem op
"Telefoon" om het beginscherm weer te
geven.
Druk op "Android Auto" om de app
in het
systeem te starten.
Bij bepaalde smartphones moet de functie "Android Auto" worden geactiveerd.
Tijdens de procedure worden er
verschillende schermen voor bepaalde
functies weergegeven.
Accepteer deze om de verbinding tot stand te brengen en te voltooien.
Wanneer u een smartphone
aansluit op het
systeem, raden wij u aan om Bluetooth op
de smartphone in te schakelen.
Draadloze verbinding
Schakel eerst de Bluetooth-functie van de smartphone in.
Sluit een USB-kabel aan.
Druk op het scherm van het
systeem op
"Telefoon" om het beginscherm weer te
geven.
Als het apparaat al via Bluetooth met het systeem verbonden is, selecteert u de apparaatinstellingen in de lijst van bekende apparaten en kiest u Android Auto als de modus voor draadloze verbinding.
Als het apparaat niet eerder met het systeem verbonden is geweest, moet het worden gekoppeld (zie hiervoor het betreffende hoofdstuk).
Het systeem detecteert of de smartphone compatibel is met Android Auto en stelt voor om deze te verbinden na het koppelingsproces.
Als u wilt dat de smartphone een volgende keer automatisch verbinding maakt, moet Bluetooth op uw apparaat zijn ingeschakeld.
Zodra de verbinding tot stand is
gekomen,
druk op "Android Auto" om de "Android
Auto"-interface weer te geven.
Houd deze toets op of bij het
stuurwiel
ingedrukt en zeg "OK Google" om de
gesproken commando's van de smartphone in te
schakelen.
Tijdens de Android Auto-weergave kunt u de verschillende audiobronnen met de aanraaktoetsen in de bovenste balk van het scherm gebruiken.
De menu's van het systeem kunnen op elk moment met de menutoetsen worden geopend.
Afhankelijk van de kwaliteit van het netwerk kan het zijn dat het even duurt voordat de apps beschikbaar zijn.
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.