Zorg er bij het naar achteren schuiven van de stoel voor dat de beweging van de stoel niet kan worden gehinderd door personen of voorwerpen.
Kans op bekneld raken van de achterpassagiers of op blokkeren van de stoel als grote voorwerpen op de vloer achter de stoel zijn geplaatst.
Handmatig verstellen
Verstellen in lengterichting
► Beweeg de stang omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren.
► Laat de stang los om de stoel in de betreffende positie te vergrendelen.
Rugleuninghoek
► Draai de knop voor de gewenste hoek.
Hoogte
► Trek de hendel omhoog voor omhoog zetten of duw deze omlaag voor omlaag zetten totdat de gewenste stand is bereikt.
Lendensteun
(alleen bestuurder)
► Draai aan de knop om de lendensteun in de gewenste stand te zetten.
Elektrisch verstellen
Rugleuninghoek
► Duw de schakelaar naar voren of naar achteren.
Hoogte van de zitting
► Duw de achterzijde van de schakelaar omhoog of omlaag voor de gewenste hoogte.
Lendensteun
► Druk een van de schakelaars in om de lendensteun naar wens in te stellen.
Massagefunctie
Deze functie zorgt voor een massage van de lendenen en werkt alleen bij draaiende motor en als de STOP-stand van het Stop & Start-systeem is geactiveerd.
Inschakelen / uitschakelen
► Druk op deze toets om de
functie in of
uit te schakelen.
Na activering gaat het controlelampje branden. De massagefunctie wordt één uur ingeschakeld.
Gedurende deze tijd wordt de massage in 6 cycli van 10 minuten uitgevoerd (6 minuten massage worden gevolgd door 4 minuten rust).
Na één uur wordt de functie uitgeschakeld; het controlelampje gaat dan uit.
Stoelverwarming
De functie werkt alleen als de motor draait en als de buitentemperatuur lager dan 20 ºC is.
► Druk op de toets voor uw stoel.
► Elke keer dat u op de toets drukt, wijzigt de stand van de verwarming; het bijbehorende aantal controlelampjes gaat branden.
► U kunt de verwarming uitschakelen door op de toets te drukken totdat alle controlelampjes uit zijn.
De status van het systeem wordt opgeslagen bij het uitzetten van het contact.
Gebruik de functie niet als
de stoel niet
wordt gebruikt.
Verlaag de verwarmingsstand zo snel mogelijk.
Als de stoel en het interieur een prettige temperatuur hebben bereikt, schakel de functie uit; als het stroomverbruik daalt, daalt ook het energieverbruik.
Langdurig gebruik van de stoelverwarming wordt afgeraden voor personen met een gevoelige huid.
Personen die warmte niet goed kunnen voelen door bijvoorbeeld ziekte of medicijnen, kunnen brandwonden krijgen.
Voorkom als volgt schade aan het verwarmingselement en kortsluiting:
- Plaats geen zware voorwerpen op de stoel.
- Ga niet op uw knieën op de stoel zitten of op de stoel staan.
- Mors geen vloeistoffen op de stoel.
- Gebruik de stoelverwarming nooit als de stoel vochtig is.
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.