De informatie over onderhoudsbeurten wordt aangegeven in afstand (kilometer of mijl) en/of tijd (maanden of dagen).
Er wordt een waarschuwing gegeven zodra een van deze waarden wordt bereikt.
De informatie over onderhoudsbeurten wordt op het instrumentenpaneel weergegeven. Afhankelijk van de uitvoering van de auto:
- De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of de afgelegde afstand sinds de verstreken onderhoudsdatum, voorafgegaan door het teken -.
- Een waarschuwingsmelding geeft de resterende kilometers en de tijd tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of hoe lang deze is verstreken.
De weergegeven waarde wordt berekend op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.
De waarschuwing kan ook worden weergegeven als het einde van het onderhoudsinterval in tijd nadert.
In overeenstemming met het onderhoudsschema van de auto kan het onderhoud bestaan uit:
- Een jaarlijks bezoek.
- Een complete onderhoudsbeurt.
Onderhoudssleutel
Brandt tijdelijk bij het
aanzetten van het
contact.
Er kan nog 3.000 tot 1.000 km of 60 tot 21 dagen worden gereden totdat de eerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd.
Permanent, bij het aanzetten van
het
contact.
De volgende onderhoudsbeurt moet binnen 1.000 km of 21 dagen worden uitgevoerd.
Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren.
Onderhoudssleutel knippert
Knippert en brandt vervolgens
permanent, bij het inschakelen van
het contact.
(Bij uitvoeringen met de BlueHDi-dieselmotor, in combinatie met het waarschuwingslampje Service.) Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden.
Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren.
Resetten van de onderhoudsindicator
Na elke onderhoudsbeurt moet de onderhoudsindicator worden gereset.
Als u zelf onderhoud aan uw auto hebt uitgevoerd:
► Zet het contact af.
► Houd de knop op het uiteinde van de lichtschakelaar ingedrukt.
► Zet het contact aan zonder de motor te starten; er wordt een tijdelijk displayvenster weergegeven en de teller begint terug te tellen.
► Als =0 op het display wordt weergegeven, laat dan de knop op de lichtschakelaar los; het symbool van de sleutel verdwijnt.
Als u de accu na deze handeling wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Anders wordt het resetten van de onderhoudsindicator niet geregistreerd.
Herinnering onderhoudsinformatie
Met BLUETOOTH-audiosysteem met touchscreen of MyCitroën Play
Informatie over service kan
worden
weergegeven met de toets "Check" in het
menu Rijverlichting op het touchscreen.
Met MyCitroën Drive Plus
Service-informatie is
toegankelijk met de
app Instellingen > Voertuig op het
touchscreen.
► Selecteer vervolgens Veiligheid > Diagnose.
(Afhankelijk van de uitvoering)
Bij uitvoeringen met een elektrische motorolieniveaumeter wordt bij het aanzetten van het contact eerst de onderhoudsindicator op het instrumentenpaneel weergegeven en daarna enkele seconden het motorolieniveau.
Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.
Olieniveau correct
Dit wordt aangegeven met de tekst "OLIE OK" of door de melding "Olieniveau juist" (afhankelijk van het instrumentenpaneel).
Laag olieniveau
Als het motorolieniveau te laag is, wordt OLIE of de melding "Te laag olieniveau" op het instrumentenpaneel weergegeven (afhankelijk van het instrumentenpaneel), gaat het waarschuwingslampje Service branden en klinkt er een geluidssignaal.
Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau inderdaad te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus.
Storing in de olieniveaumeter
Dit wordt aangegeven met OLIE_ _ of de melding Olieniveaumeting ongeldig (afhankelijk van het instrumentenpaneel), gaat het waarschuwingslampje Service branden en klinkt er een geluidssignaal.
Neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Bij een storing in de elektrische motorolieniveaumeter wordt het motorolieniveau niet meer gecontroleerd.
Bij een storing in het systeem moet u het motorolieniveau met de peilstok in de motorruimte controleren.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer 1 informatie over het controleren van de niveaus.
Koelvloeistoftemperatuurmeter
Afhankelijk van het type instrumentenpaneel is deze informatie alleen beschikbaar in het te personaliseren deel van het instrumentenpaneel.
Bij draaiende motor:
- In zone A is de temperatuur in orde.
- In zone B is de temperatuur te hoog. Het bijbehorende waarschuwingslampje en het waarschuwingslampje STOP branden rood op het instrumentenpaneel, er wordt een melding weergegeven en er klinkt een geluidssignaal.
Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil.
Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet.
Zet het contact uit, open voorzichtig de motorkap en controleer het koelvloeistofniveau.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus.
De BlueHDi-dieselmotoren zijn uitgerust met een systeem waarbij het roetfilter (FAP) wordt gecombineerd met het SCR-emissieregelsysteem (Selective Catalytic Reduction) voor de nabehandeling van de uitlaatgassen. Deze kunnen niet functioneren zonder AdBlue-vloeistof.
Zodra de reservevoorraad van het AdBlue-reservoir is aangesproken (tussen 2400 en 0 km), gaat bij het aanzetten van het contact een verklikkerlampje branden en wordt een melding weergegeven die aangeeft hoeveel kilometer u nog ongeveer kunt rijden voordat het opnieuw starten van de motor automatisch wordt geblokkeerd.
Het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem wordt automatisch geactiveerd zodra het AdBlue- reservoir leeg is. De motor kan weer worden gestart nadat AdBlue is bijgevuld tot het minimale niveau.
Handmatige weergave van de actieradius
Een actieradius van meer dan 2.400 km wordt niet automatisch weergegeven.
Met BLUETOOTH-audiosysteem met touchscreen of MyCitroën Play
Informatie over de actieradius
kan worden
weergegeven met de toets "Check" in het
menu Rijverlichting van het touchscreen.
Met MyCitroën Drive Plus
Informatie over de actieradius
is
toegankelijk via de app Instellingen >
Voertuig op het touchscreen.
► Selecteer vervolgens Veiligheid > Diagnose.
Benodigde maatregelen vanwege te weinig AdBlue
De volgende waarschuwingslampjes gaan branden wanneer de hoeveelheid AdBlue minder is dan de reservevoorraad die goed is voor een actieradius van 2.400 km.
Samen met de waarschuwingslampjes herinneren meldingen u er regelmatig aan dat u het reservoir moet bijvullen om te voorkomen dat de motor niet meer kan worden gestart. Zie het hoofdstuk Waarschuwings- en controlelampjes voor informatie over de weergegeven meldingen.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over AdBlue (BlueHDi) en met name over het bijvullen ervan.
Bijvullen detecteren
De bijvuldetectie is mogelijk niet meteen zichtbaar na het toevoegen. Soms moet de auto enkele minuten rijden voordat de getankte hoeveelheid wordt gedetecteerd.
Storing in het SCR-emissieregelsysteem
Storingsdetectie
De waarschuwing wordt tijdens het rijden gegeven zodra de storing voor de eerste keer wordt gedetecteerd en vervolgens steeds bij het aanzetten van het contact zolang de storing niet is verholpen.
Bij een tijdelijke storing verdwijnt de waarschuwing tijdens de volgende rit na de zelfdiagnose van het SCR-emissieregelsysteem.
Storing bevestigd tijdens de toegestane rijfase (tussen 1.100 en 0 km)
Als de storingsmelding na 50 km rijden nog steeds wordt weergegeven, wordt de storing in het SCRsysteem bevestigd.
Het AdBlue-waarschuwingslampje knippert en er wordt een melding weergegeven ("Storing emissieregeling: starten niet meer mogelijk over X km"), met de actieradius in kilometers.
Tijdens het rijden wordt de melding elke 30 seconden weergegeven. De waarschuwing wordt opnieuw weergegeven zodra het contact wordt aangezet.
U kunt nog 1.100 km rijden voordat het systeem het starten van de motor blokkeert.
Laat het systeem door een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats controleren.
Starten geblokkeerd
Telkens wanneer het contact wordt aangezet, wordt de melding "Storing emissieregeling: starten geblokkeerd" weergeven.
Om de motor weer te kunnen starten Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
De vermogensmeter geeft in realtime het vermogen aan dat van de auto wordt gevraagd.
Er zijn 3 zones:
Voor hybride uitvoeringen
POWER Hoge vermogensvraag, waarbij het gecombineerde vermogen van de benzinemotor en de elektromotor wordt gebruikt.
De cursor bevindt zich in deze zone tijdens meer dynamische rijfasen, wanneer hoge prestaties worden gevraagd.
ECO Optimaal energiegebruik (verbrandings- of elektromotor).
De cursor staat in deze zone tijdens elektrisch rijden en wanneer de benzinemotor optimaal wordt gebruikt.
Dit is mogelijk bij een geschikte rijstijl.
CHARGE Terugwinning van energie voor het opladen van de tractiebatterij.
De cursor bevindt zich in deze zone wanneer de auto vaart vermindert: wanneer u uw voet van het gaspedaal haalt of remt.
Wanneer het contact wordt aangezet en voordat de motor wordt gestart, geeft de vermogensmeter alleen het volgende weer: "OFF".
Voor elektrische uitvoeringen
CHARGE Tractiebatterij laadt op tijdens het vaart minderen en remmen.
ECO Beperkt energieverbruik en optimale actieradius.
POWER Energieverbruik door de aandrijflijn tijdens het accelereren
Laadniveaumeter (Elektrisch)
Het actuele laadniveau van de tractiebatterij en de resterende actieradius worden continu weergegeven als de auto is gestart.
Als het contact is afgezet, wordt de meter bij het openen van de bestuurdersdeur geactiveerd.
Bijbehorende waarschuwingslampjes
De bestuurder wordt door middel van twee opeenvolgende waarschuwingen gewaarschuwd voor een laag energieniveau:
1e waarschuwing: reserve
De tractiebatterij is bijna
leeg.
Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal.
► Bekijk de resterende actieradius op het instrumentenpaneel.
► Laad de tractiebatterij zo snel mogelijk op.
2e waarschuwing: kritiek
De laadtoestand van de
tractiebatterij is
kritiek.
Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje voor de reservehoeveelheid en een geluidssignaal.
► De tractiebatterij moet direct worden opgeladen.
De resterende actieradius wordt niet meer berekend. Het vermogen van de aandrijflijn neemt geleidelijk af.
De verwarming en airconditioning worden uitgeschakeld (ook als de verbruiksmeter van de thermisch-comfortfuncties niet op het niveau "ECO" staat).
De stroomindicator toont de actuele energiestromen in de auto.
Met MyCitroën Play
Deze is beschikbaar in de weergavemodi "Persoonlijk 1"/"Persoonlijk 2" van het instrumentenpaneel.
Met MyCitroën Drive Plus
De indicator verandert van kleur afhankelijk van hoe energie van de tractiebatterij wordt gebruikt:
- Blauw: energieverbruik.
- Groen: terugwinning van energie.
Deze indicator geeft niet het actuele laadniveau van de tractiebatterij weer.
Verbruiksmeter thermischcomfortfuncties (elektrisch)
(Afhankelijk van de uitvoering)
Deze is beschikbaar op de weergavepagina's van het instrumentenpaneel.
Deze meter toont het verbruik van de elektrische energie van de tractiebatterij door de voorzieningen voor het thermische comfort in het interieur.
De betreffende voorzieningen zijn de verwarmingsen airconditioningssystemen.
Deze systemen kunnen worden gebruikt:
- Als de auto niet wordt opgeladen, wanneer het lampje READY brandt.
- Als de auto wordt opgeladen, wanneer het contact is aangezet (stand "Lounge").
Wanneer de ECO-modus is geselecteerd, worden de prestaties van bepaalde uitrustingselementen beperkt. De verbruiksmeter van de thermischcomfortfuncties gaat dan naar de zone "ECO".
Als u het interieur snel wilt verwarmen of koelen, dan kunt u tijdelijk de maximale stand van de verwarming of airconditioning selecteren.
Wanneer de verwarming op de hoogste stand staat, bevindt de verbruiksmeter van de thermisch-comfortfuncties zich in de zone MAX.
Wanneer de airconditioning op de hoogste stand staat, blijft de meter in de zone ECO.
Bij overmatig gebruik van de thermischcomfortfuncties, vooral bij lage snelheden, kan de actieradius van de auto aanzienlijk afnemen.
Optimaliseer de instellingen van de uitrustingselementen zodra het gewenste comfortniveau is bereikt en stel ze indien nodig af wanneer u de auto start.
Wanneer de verwarming langere tijd niet is gebruikt, kunt u een bepaalde geur ruiken gedurende de eerste minuten dat de verwarming weer is ingeschakeld.
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.