De waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden.
Bijbehorende waarschuwingen
Een lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display.
Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie.
Bij het aanzetten van het contact
Als het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie.
Continu brandend waarschuwingslampje
Als er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht.
Wanneer een lampje blijft branden
De aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwalificeerde professional moet opnemen.
(1): Zet de auto stil.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
(2): Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
(3): Ga naar het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
STOP
Permanent, in
combinatie met een ander
waarschuwingslampje, een melding en een
geluidssignaal.
Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing.
Voer (1) en dan (2) uit.
Zelfdiagnosesysteem van de motor (Benzine of Diesel)
Brandt permanent.
Er is sprake van een ernstige storing in de motor.
Voer (1) en dan (2) uit.
Te hoge koelvloeistoftemperatuur
Brandt permanent.
De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog.
Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt.
Motoroliedruk (Benzine, hybride of Diesel)
Brandt permanent.
Er is een probleem met het smeersysteem van de motor.
Voer (1) en dan (2) uit.
Systeemstoring (hybride of Elektrisch)
Brandt permanent.
Er is een storing in het systeem gedetecteerd (elektromotor of tractiebatterij).
Voer (1) en dan (2) uit.
Kabel aangesloten (Elektrisch)
Brandt permanent
bij het aanzetten van het
contact.
De laadkabel is aangesloten op de aansluiting van de auto.
Brandt permanent
bij het aanzetten van het
contact, in combinatie met een melding.
De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten.
Koppel de laadkabel los en sluit de klep.
Oververhitting van de tractiebatterij (hybride of Elektrisch)
Brandt permanent,
in combinatie
met het waarschuwingslampje STOP,
een melding en een geluidssignaal.
De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog.
Voer (1) uit.
Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga op veilige afstand staan.
Voer (2) uit.
Storing in de tractiebatterij (hybride of Elektrisch)
Brandt permanent,
in combinatie
met het waarschuwingslampje
Service en een melding.
Er zit een storing in de tractiebatterij.
Voer (2) uit.
Laadtoestand van de 12V-accu
Brandt permanent.
Het laadcircuit van de accu werkt niet goed (bijvoorbeeld door vuile klemmen, of een losse of afgescheurde dynamoriem).
Voer (1) uit.
Als de elektrische parkeerrem niet meer werkt, beveilig de auto dan op de volgende manier tegen wegrollen:
► Bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in.
► Bij een auto met een automatische transmissie of een selectiehendel (elektrisch): plaats het wielblok tegen een van de wielen.
Reinig de accuklemmen en zet ze correct vast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit.
Remmen
Brandt permanent.
Het remvloeistofpeil in het remcircuit is aanzienlijk gedaald.
Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof.
Zie (2) als het probleem niet verdwijnt.
Brandt permanent.
Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD).
Voer (1) en dan (2) uit.
Elektrische parkeerrem
Brandt permanent.
De elektrische parkeerrem is aangetrokken.
Knippert.
Het aantrekken / vrijzetten werkt niet.
Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond.
Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in.
Bij een auto met een automatische transmissie of een selectiehendel (elektrisch): selecteer stand P.
Zet het contact af en voer (2) uit.
Portieren(en) geopend
Permanent, in combinatie met een
melding
die aangeeft om welk portier het gaat.
Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h.
Een portier of de bagageruimte is niet goed gesloten.
Veiligheidsgordels losgemaakt of niet vastgemaakt
Permanent of knipperend, samen
van een
toenemend geluidssignaal.
Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt.
Service
Brandt tijdelijk in combinatie
met een
melding.
Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden.
Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel.
Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening.
Voer (3) uit voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem.
Brandt permanent, in combinatie
met een
melding.
Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden.
Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit.
Brandt permanent, in combinatie
met de
melding "Storing in geluidssignalering:
reparatie vereist".
Er is een storing in het geluidswaarschuwingssysteem.
De volgende rijhulpsystemen kunnen mogelijk niet volledig of niet worden gebruikt:
- Verkeersbordherkenning.
- Active Safety Brake/Waarschuwing bij kans op aanrijding.
- Active Lane Departure Warning.
- Waarschuwing voor de bestuurder.
Voer (3) uit.
Permanent, in combinatie met de
melding
"Storing parkeerrem".
De functie automatisch uitschakelen van de elektrische parkeerrem is niet beschikbaar.
Voer (2) uit.
Waarschuwingslampje Service
brandt permanent en onderhoudssleutel knippert, en brandt vervolgens
permanent.
Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden.
Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snel mogelijk uitvoeren.
Alleen bij BlueHDi-dieselmotoren.
Remmen
Brandt permanent.
Er is een kleine storing in het remsysteem gedetecteerd.
Rijd voorzichtig.
Voer (3) uit.
Storing (met elektrische parkeerrem)
Permanent, in combinatie met de
melding "Storing parkeerrem".
De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait.
Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect.
De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel.
Voer (2) uit.
Permanent, in combinatie
met de melding "Storing
parkeerrem".
De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische functies werken mogelijk niet meer.
Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:
► Schakel de elektrische parkeerrem in en houd deze 7 tot 15 seconden ingeschakeld, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden.
Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:
► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond.
► Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in.
► Bij auto's met een automatische transmissie of selectiehendel (elektrisch): selecteer P en plaats het meegeleverde wielblok tegen een van de wielen.
Zie (2).
Automatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)
Brandt permanent.
De functies "automatisch inschakelen" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch uitschakelen" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld.
Als automatisch inschakelen / uitschakelen niet meer mogelijk is:
► Start de motor.
► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem in te schakelen.
► Laat het rempedaal volledig los.
► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor uitschakelen.
► Laat de hendel los.
► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt.
► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor inschakelen.
► Laat de hendel en het rempedaal los.
Antiblokkeersysteem (ABS)
Brandt permanent.
Een storing in het antiblokkeersysteem.
De auto kan normaal remmen.
Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3).
Stuurbekrachtiging
Brandt permanent.
Er is een storing in de stuurbekrachtiging.
Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3).
Zelfdiagnosesysteem van de motor (Benzine, hybride of Diesel)
Knippert.
Een storing in het motormanagementsysteem.
De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken.
U moet (2) uitvoeren.
Brandt permanent.
Een storing in de emissieregeling.
Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait.
Voer direct (3) uit.
Brandt permanent.
Er is sprake van een kleine motorstoring.
Voer (3) uit.
Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)
Knippert.
De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan.
Brandt permanent. 1
Een storing in het DSC- / ASR-systeem.
Voer (3) uit.
Storing noodremassistentie (bij elektrische parkeerrem)
Permanent, in combinatie met de
melding "Storing parkeerrem".
De noodremassistentie werkt niet optimaal.
Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is, schakel de functie handmatig uit of zie (3).
Hill Start Assist
Brandt permanent, in combinatie
met de melding "Storing in
antiterugrolsysteem".
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)
Brandt permanent.
De functie is uitgeschakeld.
De functie DSC / ASR wordt automatisch weer ingeschakeld als de motor opnieuw wordt gestart en vanaf een snelheid van ongeveer 50 km/h.
Bij een snelheid lager dan 50 km/h kan de functie handmatig weer worden ingeschakeld.
Bandenspanning te laag
Brandt permanent.
De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag.
Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.
Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning.
Het waarschuwingslampje voor te
lage bandenspanning knippert en
brandt vervolgens permanent, en
waarschuwingslampje Service brandt permanent.
Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem.
Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven.
Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk en zie (3).
Verkeersbordherkenning
Permanent, in combinatie met een
melding
en een geluidssignaal.
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
Brandt permanent, in combinatie
met de
melding "Drive Assist-sensor vervuild:
maak de sensor schoon, zie handleiding".
De sensor wordt afgedekt.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
Reinig de camera aan de voorzijde.
Voorverwarmen motor (Diesel)
Brandt tijdelijk
(tot ongeveer 30 seconden bij lage
temperaturen).
Wanneer het contact wordt aangezet, als de weersomstandigheden en de motortemperatuur dit noodzakelijk maken.
Wacht met starten totdat het waarschuwingslampje uit gaat.
Wanneer het waarschuwingslampje uit gaat, wordt de motor onmiddellijk gestart wanneer u:
- bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak het koppelingspedaal ingetrapt houdt.
- bij een auto met een automatische transmissie het rempedaal ingetrapt houdt.
Als de motor niet start, druk dan nogmaals op de knop START/STOP terwijl u het pedaal ingetrapt houdt.
Roetfilter (Diesel)
Brandt permanent, in combinatie
met een
geluidssignaal en een melding over de kans
op verstopping van het roetfilter.
Het roetfilter is bijna verzadigd.
Regenereer het roetfilter zodra de verkeersomstandigheden dit toelaten door met een snelheid van minimaal 60 km/u te rijden totdat het lampje uit gaat.
Dieselbrandstoffilter (Diesel)
Brandt permanent.
Het dieselbrandstoffilter bevat water.
Voer direct (2) uit. Kans op schade aan het brandstofinspuitsysteem!
Airbags
Brandt permanent, in combinatie
met het waarschuwingslampje
Service en een melding.
Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect.
Voer (3) uit.
Airbag vóór aan passagierszijde (ON)
Brandt permanent.
De airbag vóór aan passagierszijde is geactiveerd.
De schakelaar is in de stand "ON" gezet.
Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel!
Airbag vóór aan passagierszijde (OFF)
Brandt permanent.
De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld.
De schakelaar is in de stand "OFF" gezet.
Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan).
Laag brandstofniveau (Benzine, hybride of Diesel)
Brandt permanent, waarbij de
reservehoeveelheid in rood wordt
aangegeven, in combinatie met een geluidssignaal
en een melding.
Als het lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 6 liter brandstof in de tank (reservevoorraad).
Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het contact wordt aangezet, en met een toenemende frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt en de nul nadert.
Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen.
Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken.
Tractiebatterij bijna leeg (Elektrisch)
Brandt permanent, in combinatie
met een
geluidssignaal.
De tractiebatterij is bijna leeg.
Controleer de resterende actieradius Laad de tractiebatterij zo snel mogelijk op.
Schildpad-modus met beperkte actieradius (Elektrisch)
Brandt permanent.
De laadtoestand van de tractiebatterij is kritiek.
Het motorvermogen neemt geleidelijk af.
De tractiebatterij moet direct worden opgeladen.
Als het waarschuwingslampje blijft branden, voer dan (2) uit.
Geluidssignaal voor voetgangers (hybride of Elektrisch)
Brandt permanent.
Storing in geluidssignaal gedetecteerd.
Voer (3) uit.
Waarschuwing bij kans op aanrijding/Active Safety Brake
Knippert.
Het systeem wordt geactiveerd en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen.
Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
Brandt permanent, in combinatie
met een
melding.
Het systeem is via het touchscreen uitgeschakeld.
Brandt permanent, in combinatie
met een
melding en een geluidssignaal.
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
Brandt permanent, in combinatie
met de
melding "Drive Assist-sensor vervuild:
maak de sensor schoon, zie handleiding".
De sensor wordt afgedekt.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
Reinig de camera aan de voorzijde.
Brandt permanent.
Er is een storing in het systeem.
Als deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3).
Brandt permanent.
Het systeem wordt tijdelijk uitgeschakeld omdat de bestuurder en/of voorpassagier (afhankelijk van de uitvoering) zijn gedetecteerd maar de bijbehorende veiligheidsgordel is niet vastgemaakt.
Active Lane Departure Warning
Knippert.
De auto dreigt een onderbroken rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld.
Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert dan de koers van de auto als het merkt dat de kans bestaat dat een rijstrookmarkering of wegrand wordt overschreden (afhankelijk van de uitvoering).
Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
Brandt permanent. 1
Het systeem is automatisch uitgeschakeld
of in de wachtstand gezet.
Brandt permanent, in combinatie
met de
melding "Drive Assist-sensor vervuild:
maak de sensor schoon, zie handleiding".
De sensor wordt afgedekt.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
Reinig de camera aan de voorzijde.
Brandt permanent.
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
Waarschuwing voor de bestuurder (Systeem voor detecteren van onoplettendheid)
Brandt permanent.
De functie is uitgeschakeld.
Permanent, in combinatie met een
melding
en een geluidssignaal.
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
Brandt permanent, in combinatie
met de
melding "Drive Assist-sensor vervuild:
maak de sensor schoon, zie handleiding".
De sensor wordt afgedekt.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
Reinig de camera aan de voorzijde.
Parkeerhulp
Knippert.
Het systeem heeft een obstakel gedetecteerd.
Permanent, in combinatie met een
melding
en een geluidssignaal.
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
Brandt permanent, in combinatie
met de
melding "Parkeerhulpsensor bedekt met
vuil: reinig de sensor, zie handleiding".
De sensor wordt afgedekt.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
Reinig de sensoren aan de voor- en/of achterzijde.
Lane Positioning Assist
Brandt permanent, in combinatie
met het waarschuwingslampje
Service.
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
Stop & Start (Benzine)
Brandt permanent, in combinatie
met een
melding.
Het Stop & Start-systeem is handmatig uitgeschakeld.
De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet.
Activeer het systeem opnieuw via het touchscreen.
Brandt permanent.
Het Stop & Start-systeem is automatisch uitgeschakeld.
De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet bij een buitentemperatuur:
- lager dan 0 ºC.
- hoger dan +35 ºC.
Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
Knippert en brandt vervolgens
permanent,
in combinatie met een melding.
Er is een storing in het systeem.
Voer (3) uit.
e-Auto-stand (hybride)
Brandt permanent, in combinatie
met een
melding.
De e-Auto-stand is handmatig uitgeschakeld.
De benzinemotor wordt niet uitgeschakeld bij de volgende keer dat het gaspedaal wordt losgelaten of de auto tot stilstand komt.
Activeer de stand opnieuw via het touchscreen.
AdBlue (BlueHDi)
Brandt ongeveer 30 seconden
nadat de
motor is gestart, in combinatie met een
melding over het aantal kilometers dat u nog kunt
rijden.
De actieradius ligt tussen de 2400 en 800 km.
Vul AdBlue bij.
Brandt permanent nadat het
contact is
aangezet, in combinatie met een
geluidssignaal en een melding over de actieradius.
De actieradius ligt tussen de 800 en 100 km.
Vul AdBluemeteen uit of voer (3) uit.
Knippert, in combinatie met een
geluidssignaal en een melding over de
actieradius.
De actieradius is minder dan 100 km.
U moetAdBlue bijvullen om te voorkomen dat het starten wordt geblokkeerd of (3) uitvoeren.
Knippert, in combinatie met een
geluidssignaal en een melding dat het
starten van de motor wordt geblokkeerd.
De AdBlue-tank is leeg: de wettelijk verplichte startblokkering voorkomt dat de motor kan worden gestart.
Vul AdBlue bij om de motor opnieuw te kunnen starten of voer (2) uit.
De tank moet worden bijgevuld met minimaal 10 liter AdBlue.
SCR-emissieregelsysteem (BlueHDi)
Brandt permanent wanneer het
contact wordt aangezet, in
combinatie met een geluidssignaal en een melding.
Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem gedetecteerd.
Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet.
Het AdBlue-waarschuwingslampje
knippert zodra het contact wordt
aangezet, in combinatie met het permanent
branden van het waarschuwingslampje
Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een
melding met betrekking tot de actieradius.
Afhankelijk van de weergegeven melding kan er nog maximaal 1.100 km worden gereden voordat de startblokkering wordt geactiveerd.
Voer (3) direct uit, om te voorkomen dat de motor niet kan worden gestart.
Het AdBlue-waarschuwingslampje
knippert zodra het contact is
aangezet, in combinatie met het branden van het
waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding die
aangeeft dat de
motor niet kan worden gestart.
De startonderbreker voorkomt dat de motor weer start (de toegestane rijlimiet is overschreden na bevestiging van een storing van het emissieregelsysteem).
Start de motor en zie (2).
Voet op het koppelingspedaal (Benzine of Diesel)
Brandt permanent.
Stop & Start: de stand START kan niet worden geactiveerd, omdat het koppelingspedaal niet volledig wordt ingedrukt.
Trap het koppelingspedaal volledig in.
Voet op het rempedaal
Brandt permanent.
Rempedaal niet of onvoldoende stevig ingetrapt.
Mistachterlicht
Brandt permanent.
De lamp brandt.
Grootlichtassistent
Brandt permanent, in combinatie
met een
geluidssignaal en een melding.
Er is een storing in een functie of camera gedetecteerd.
Voer (2) uit.
Stop & Start (Benzine of Diesel)
Brandt permanent.
Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand.
Knippert tijdelijk.
De STOP-stand is momenteel niet beschikbaar of de START-stand wordt automatisch geactiveerd.
Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
Auto klaar om te rijden (Elektrisch)
Brandt permanent, in combinatie
met een
geluidssignaal als het gaat branden.
De auto is klaar om te rijden en de verwarmings- en airconditioningsfuncties zijn beschikbaar.
Het controlelampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt.
Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt.
Zitplaats bezet / Veiligheidsgordel vastgemaakt
Brandt permanent.
De bestuurder of een passagier heeft de veiligheidsgordel vastgemaakt met het contact aan.
Lane Positioning Assist
Brandt permanent.
De functie is geactiveerd.
Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking.
Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
Richtingaanwijzers
Knippert, met geluidssignaal.
De richtingaanwijzers zijn ingeschakeld.
Parkeerlichten
Brandt permanent.
De lampen zijn ingeschakeld.
Dimlicht
Brandt permanent.
De lampen zijn ingeschakeld.
Grootlichtassistent
Brandt permanent.
De functie is via het touchscreen geactiveerd.
De ring van de lichtschakelaar staat in de stand "AUTO".
Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie.
Mistlampen voor
Brandt permanent.
De mistlampen vóór zijn ingeschakeld.
Blauwe verklikkerlampjes
Grootlicht
Brandt permanent.
De lampen zijn ingeschakeld.
Zwarte/witte waarschuwingslampjes
Voet op het koppelingspedaal (Benzine of Diesel)
Brandt permanent.
Stop & Start: de stand START kan niet worden geactiveerd, omdat het koppelingspedaal niet volledig wordt ingedrukt.
Trap het koppelingspedaal volledig in.
Voet op het rempedaal
Brandt permanent.
Rempedaal niet of onvoldoende stevig ingetrapt.
Brandstoffilter (Diesel)
Brandt permanent.
Het dieselbrandstoffilter bevat water.
Voer direct (2) uit. Kans op schade aan het brandstofinspuitsysteem!
Begin te midden van onze vierde verschijning boven, zet onze niet wonende beesten, god, god heerschappij onze gevleugelde vrucht afbeelding.